Vaccinatie voorwaarde om aan het werk te mogen

Een werknemer is bij werkgever in dienst als Operational Support Officer. Het dienstverband heeft ongeveer 11 jaar geduurd. Door de coronacrisis heeft werknemer voornamelijk thuisgewerkt tot juni 2020. Vanaf medio juni werden af en toe, voor een halve dag per week, werkzaamheden op kantoor verricht.

Op enig moment moest werknemer op kantoor werken. Op dat moment was er ook een werknemer die net was hersteld van het virus. Deze herstelde werknemer had in het ziekenhuis gelegen. Werknemer wist dat de collega net hersteld was, maar kreeg paniekaanvallen uit angst dat zij ook het virus zou oplopen. De GGD had wel toestemming gegeven dat de betreffende werknemer weer aan het werk mocht en niet langer besmettelijk was.

Op enig moment heeft werknemer bij werkgever kenbaar gemaakt niet op kantoor te willen werken, zeker niet op het moment dat de betreffende collega ook op kantoor zou werken. Werknemer heeft meermaals geweigerd om naar kantoor te komen om de werkzaamheden te verrichten. Werkgever heeft dit opgevat als werkweigering. Daarom heeft werkgever besloten om werknemer onmiddellijk te schorsen.

Werknemer is het niet eens met de schorsing. Volgens werknemer is het volkomen onduidelijk waarom die ene halve dag niet ook thuis kan worden gewerkt. Werknemer had immers voor de duur van 4 maanden volledige vanuit huis de werkzaamheden kunnen verrichten. Daarom heeft werknemer ook gesteld dat hij beschikbaar blijft voor het verrichten van werkzaamheden. Partijen zijn gestart met een mediationtraject. Het traject heeft echter niet tot het beoogde resultaat kunnen leiden. Werkgever heeft een ontbindingsverzoek bij de rechter ingediend wegens een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:671b jo. artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub g BW).

Bij de rechter

Beide partijen zijn het eens over het feit dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarom heeft de rechter het ontbindingsverzoek toegewezen. Werknemer krijgt een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Volgens de rechter was de ontbinding het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Er had geen schorsing mogen worden opgelegd, maar worden gezocht naar een oplossing. De werkgever heeft aangestuurd op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over schorsing of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen