Werkgever heeft zwaarwegend belang ten aanzien van uitstel loonsverhoging maar niet voor het inleveren van vakantiedagen

Werkneemster is sinds 1988 in dienst bij werkgever als interviewer. In maart 2020 wordt werkneemster geschorst. Werkgever denkt dat werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het afnemen van interviews. In april dat jaar heeft de werkgever laten weten de werkneemster op staande voet te willen ontslaan, maar kiest voor een minder harde optie: een ontbinding.

In de uitspraak op dit verzoek heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden. Volgens partijen zelf was sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarom werd een billijke vergoeding van ruim 60.000 euro toegekend. De werkgever moest dit bedrag betalen wegens ernstig handelen/nalaten. Ook zou de werkgever een transitievergoeding van bijna 15.000 euro moeten betalen. Werkgever heeft het verzoek ingetrokken en werkneemster verzocht om haar werkzaamheden te hervatten.

Verzoek

Werkneemster is het niet eens met deze handelswijze van werkgever en besluit nu zelf de kantonrechter te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Zij vraagt ook om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter ziet geen feiten die aan ontbinding in de weg zouden staan. Zoals zijn eerdere oordeel, gaat de rechter over tot ontbinding, ditmaal op verzoek van werkneemster. Er is sprake van een onherstelbare arbeidsverhouding. Werkgever heeft zich niet tegen ontbinding verzet.

De rechter buigt zich over de vraag of de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. De rechter ziet geen aanleiding om de feiten en omstandigheden opnieuw uitgebreid te bekijken. Destijds is geoordeeld dat sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Die beschikking heeft geen betekenis verloren, ondanks het verzoek is ingetrokken door werkgever. Ook blijkt niet dat werkgever na die eerste uitspraak lering heeft getrokken. Werkgever heeft geen begrip getoond of excuus aangeboden. Van werkgevers mag worden verwacht dat zij behoorlijk met werknemers omgaan.

Het is werkneemster zelf niet zwaar aan te rekenen dat zij de arbeidsovereenkomst wil beëindigen. Onder deze omstandigheden mocht in redelijkheid niet van werkneemster gevergd worden dat zij medewerking ging verlenen aan het verzoek om weer aan het werk te gaan. De kantonrechter wijst de verzoeken van de werkneemster derhalve toe.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over ontbinding van de arbeidsovereenkomst of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen