Pensioenschade in billijke vergoeding

Op 1 januari 2020 is werknemer met werkgever een arbeidsovereenkomst aangegaan voor de duur van één jaar. Er is geen mogelijkheid tot tussentijdse opzegging. Werknemer werkte als salesmanager bij X. Werkgever heeft het salaris over januari 2020 betaald. Daarna ontvangt werknemer geen loon meer. Aan werknemer wordt de keuze gesteld om weg te gaan of als zzp’er aan de slag te gaan. Werknemer besluit een claim in te dienen omtrent een arbeidsovereenkomst met de vennootschap waar hij feitelijk werkzaamheden voor verricht.

Oordeel kantonrechter

Bij de kantonrechter heeft werknemer verzocht om vernietiging van het ontslag en te oordelen dat werkgever en X hem weder ter werk moeten stellen en het salaris moeten doorbetalen. Ook wordt verzocht voor recht te verklaren dat X de werkgever is. Volgens werknemer was het altijd al de bedoeling geweest om bij X in dienst te treden.

De rechter wil niet voor recht verklaren dat een arbeidsovereenkomst met X bestaat. Wel is X ook hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van het verschuldigde loon via artikel 7:616a BW. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een uitzonderingssituatie waardoor zij niet hoofdelijk aansprakelijk is. X gaat wel in hoger beroep.

Oordeel hof

Het hof gaat ook niet mee in de redenering omtrent de arbeidsovereenkomst met de vennootschap waar werknemer werkzaamheden verricht. X was immers nog niet opgericht op het moment dat de arbeidsovereenkomst werd aangegaan. Ook is geen sprake van een toezegging waardoor X toch gebonden zou zijn. Het feit dat werknemer de werkzaamheden feitelijk voor X heeft verricht is onvoldoende om te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en X.

X heeft aangevoerd dat de kantonrechter niet ambtshalve artikel 7:616a BW mocht toepassen. Het kan voorkomen dat werknemer zich niet op een bepaling beroept, maar wel aan alle eisen is voldaan. Daarom mocht de rechtsgrond door de kantonrechter (uit zichzelf) worden aangevuld. Het bezwaar tegen toewijzing van de wettelijke verhoging wordt wel toegewezen, aangezien deze niet valt onder het loonbegrip zoals is bedoeld in artikel 7:616a BW.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over de loondoorbetalingsplicht of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Mark Koopmans

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen