Medewerker van Rijkswaterstaat betrokken bij ongeval wegens eigen schuld of onvoorzichtigheid

De Inspectie SZW heeft aan werkgever een boete van 21.600 euro opgelegd wegens overtreding van het Arbeidsomstandigheden besluit. Een arbeidsinspecteur heeft op ambtseed een rapport opgemaakt over het arbeidsongeval. Een werknemer heeft letsel opgelopen. Het letsel bestaat uit een gebroken linker onderbeen en -enkel en een gebroken rechteronderbeen. Het letsel liep werknemer op wegens het omvallen van een besturingskast.

Uit het rapport is gebleken dat de besturingskast instabiel stond vanwege ongelijke afstanden van de steunplaatjes aan de onderkant ten opzichte van de vloer en de onderkant van de sokkels. Ook was de besturingskast niet geborgd aan de staander van de constructie. Daardoor heeft de kast kunnen omvallen.

Volgens werkgever moet de boete worden gematigd tot nihil, nu sprake zou zijn van diverse matigingsgronden. Werkgever zou ook aan Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) hebben gedaan. In de RI&E staat dat kasten zo worden neergezet dat zij niet kunnen omvallen. Ook zou de werkgever hebben voorzien in geschikte arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Volgens de werkgever zijn adequate instructies gegeven, nu werknemer ook opleidingen heeft gevolgd met betrekking tot veiligheid. Een van de werknemers zou adequaat toezicht hebben gehouden.

De Inspectie SZW stelt dat geen sprake is van een dergelijke matigingsgrond. Het enkele feit dat een RI&E is vastgesteld is niet afdoende. Er moet onder meer een veilige werkwijze zijn ontwikkeld. De arbeidsinspecteur heeft ook geen andere middelen, zoals bijvoorbeeld een touw, aangetroffen waarmee de kast kon worden vastgezet. Volgens de inspecteur is geen sprake van adequate gegeven instructies. Zonder veilige werkwijze en adequate instructies kan immers geen sprake zijn van adequaat toezicht.

Overwegingen

Het staat vast dat sprake is van een overtreding van een Arbobesluit, waarvoor een boete kan worden opgelegd. De vraag is of er sprake is van een matgingsgrond. Bij het opleggen van een boete moet rekening worden gehouden met de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

De rechtbank stelt vast dat de kast gedurende een aantal weken op de werkvloer heeft gestaan zonder dat deze was gezekerd met touwen of spanbanden dan wel de kast niet stabiel op de grond was geplaatst. Doordat deze onveilige situatie enkele weken heeft bestaan met alle risico’s van dien, heeft de werkgever laakbaar gehandeld. Dat een RI&E is opgesteld leidt niet tot de conclusie dat de werknemer inspanningen heeft verricht om een overtreding te voorkomen. Een dergelijke inventarisatie moet ook een feitelijke bijdrage leveren. Het is ook niet gebleken dat materiaal ter beschikking is gesteld voordat met de kast werd gewerkt. De boete komt niet voor matiging in aanmerking.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over de werkgeversaansprakelijkheid of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen