Zorgplicht werkgever strekt niet tot huis-, tuin- en keukenongevallen

Werknemer is sinds 2000 in dienst. De werknemer hield zich bezig met het distributietransport voor Albert Heijn. Vanwege rugklachten heeft de werknemer zich op 21 februari 2017 ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft op 9 januari 2018 geadviseerd weer geleidelijk aan het werk te gaan. Op basis van het advies van de arbeidsdeskundige is voorgesteld de eigen bedongen arbeid voor een deel aan te passen, waardoor de arbeid passen was. Er viel te denken aan het inzetten van een pompwagen.

Bij de werkgever waren ook andere goede mogelijkheden om de werknemer te herplaatsen. De werkgever heeft een aantal functies aangeboden, waaronder de functie van chauffeur. De werknemer had opnieuw last van fysieke klachten, daarom is de re-integratie op enig moment stopgezet.

De werknemer heeft een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV met betrekking tot de re-integratie-inspanningen van de werkgever. Uit het oordeel is gebleken dat in juni 2018 de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren. De werkgever bleef bij zijn standpunt dat een elektrische pompwagen de oplossing bood. Hierbij hield de werkgever geen rekening dat de werknemer alsnog zelf moest duwen en trekken. De werknemer had zelf voorgesteld om een ‘mover’ te gebruiken. Deze optie heeft de werkgever niet onderzocht. Op 10 januari 2019 heeft het UWV een loonsanctie opgelegd, toen het einde van de wachttijd WIA was bereikt.

De werknemer heeft de werkgever op 23 december 2019 verzocht zijn dienstverband te beëindigen en een transitievergoeding toe te kennen. De werkgever is niet aan het verzoek tegemoetgekomen, aangezien het dienstverband op 20 februari 2020 zou eindigen wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Werknemer heeft 10 dagen voor zijn pensionering een ontbindingsverzoek ingediend. De werkgever zou ernstig verwijtbaar hebben gehandeld/nagelaten. De werknemer wil een billijke vergoeding en eveneens een transitievergoeding. De werknemer stelt zich op het standpunt dat de werkgever zijn re-integratieverplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd.

Beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst kon niet meer worden ingediend, nu het dienstverband wegens pensionering al zou eindigen. Het verzoek tot betaling van een billijke vergoeding en transitievergoeding is ook afgewezen. De werknemer heeft ook een verzoek gedaan om een schadevergoeding toe te kennen wegens een ‘slapend dienstverband’. De rechter heeft de vordering afgewezen nu niet gesproken kan worden over een slapend dienstverband. Werknemer was immers voor een groot deel werkzaam en kreeg loon doorbetaald. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit artikel, kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met een gespecialiseerde arbeidsrecht advocaat van Silver Advocaten B.V. te Waalwijk.

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen