Werkgever wijst op het concurrentiebeding als werknemer voor de concurrent gaat werken

Werkgever is een producent van voer voor vee. Werknemer is werkzaam als salesmanager. Werknemer blijkt erg succesvol te zijn. Zo is hij in korte tijd gegroeid tot een medewerker met eigen accounts, heeft zakelijke reizen gemaakt en kent 70% van de klanten van zijn werkgever. Daarnaast heeft werknemer kennis over de prijsopbouw, producten en strategische plannen.

Op enig moment ontdekt de werknemer dat bij de concurrent het dubbele kan worden verdiend. Werkgever is niet verrast als werknemer zijn ontslag aankondigt. Werkgever wijst hem erop dat in 2017 een concurrentiebeding is getekend.

Werknemer is van mening dat het beding hem belemmert in zijn ontwikkeling. Het beding zou werknemer beperken in zijn recht op vrije arbeidskeuze.

Oordeel kantonrechter

De rechter is het niet eens met werknemer dat hij een zwaarwegend belang heeft om het beding te schorsen. Er wordt werknemer en dwangsom opgelegd als hij voor de concurrent gaat werken.

Oordeel in hoger beroep

Werknemer is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter. Hij wil dat het beding wordt geschorst zodat hij voor de concurrent aan de slag kan. In hoger beroep stelt werknemer dat het beding te ruim zou zijn geformuleerd en dat het concurrentiebeding daarom iedere activiteit zou verbieden, bij welke werkgever dan ook.

Ook ontkent werknemer dat het werken bij de concurrent oneerlijk voordeel meebrengt voor de nieuwe werkgever. De concurrent zou slechts op 1 product concurreren. Ook ontkent werknemer dat hij op de hoogte zou zijn van al het reilen en zeilen in de organisatie. Hij stelt dat slechts sprake is van een uitvoerende functie en daarnaast geen lid is van het management en ook geen beschikking zou hebben over gevoelige bedrijfsinformatie. In hoger beroep voert werknemer wederom aan dat zijn belang zwaarder weegt dan het belang van de werkgever.

De rechter heeft de bevoegdheid om een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te vernietigen als blijkt dat werknemer onbillijk door het beding wordt benadeeld (artikel 7:653 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek). Zowel werknemer als werkgever hebben hun handtekening onder het beding gezet. De rechter zal een belangenafweging moeten maken: werknemer stelt dat hij recht heeft op vrije arbeidskeuze en de werkgever om beschermt te worden tegen oneerlijke concurrentie.

Volgens het hof heeft werknemer aannemelijk gemaakt dat bij de nieuwe werkgever er een ontwikkeling zou zijn in loon, maar ook qua persoonlijke ontwikkeling. Het hof is niet van mening dat hij onbillijk wordt benadeeld door het beding in stand te houden. De kennis die werknemer heeft is enorm interessant voor de nieuwe werkgever. De nieuwe werkgever stelt dan ook bereid te zijn om 90% meer salaris te betalen. Het lijkt erop of wordt betaald voor de kennis. Werknemer mag wel voor andere werkgevers werken, dus zal werknemer niet snel brodeloos worden. Het concurrentiebeding wordt niet geschorst. Het hof legt geen dwangsom op. Volgens het hof is voldoende aannemelijk dat werknemer het beding niet zal schenden.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over een concurrentiebeding of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen