Werknemer is op staande voet ontslagen wegens het verrichten van werk voor een derde tijdens volledige arbeidsongeschiktheid

Werknemer is op 1 juli 2015 arbeidsongeschikt geraakt. Op 5 juli 2017 is de loondoorbetalingsplicht aan zijn einde gekomen. Daarom heeft werknemer recht op een WIA-uitkering. Werkgever heeft ervoor gekozen de arbeidsovereenkomst toch in stand te laten (slapend dienstverband). Op grond van de cao heeft werkgever een aanvulling op de WIA-uitkering betaald. Het gaat om een bedrag van bijna 600 euro per maand.

Werkgever heeft op grond van de cao aan werknemer een aanvulling op de WIA-uitkering betaald. In de cao staat een anticumulatiebepaling opgenomen. In die bepaling staat dat een wettelijke uitkering in mindering komt op de aanvullende uitkering. Werkgever stelt zich op het standpunt dat een transitievergoeding kan worden gezien als wettelijke uitkering en dat bedrag daarom op de aanvullende uitkering op de WIA-uitkering in mindering kan worden gebracht.

Vordering

Werknemer wil een verklaring voor recht dat de transitievergoeding niet kan worden aangemerkt als een wettelijke uitkering en daarom niet in mindering kan worden gebracht. Ook wordt gevorderd om werkgever te veroordelen de cao-aanvulling door te betalen zonder dat de transitievergoeding wordt afgetrokken van het bedrag, inclusief wettelijke verhoging.

Oordeel kantonrechter

Er moet gekeken worden naar de uitleg van cao-bepalingen. Bewoordingen in de cao zijn in beginsel van doorslaggevende betekenis. Volgens de kantonrechter kan de transitievergoeding worden aangemerkt als wettelijke uitkering in de zin van de anticumulatiebepaling. Het feit dat een transitievergoeding een eenmalige uitkering is, maakt niet dat zij niet meer als wettelijke uitkering kan worden gezien. Werknemer heeft dit ook niet verder onderbouwd en dit sluit eveneens niet aan bij de betekenis van het begrip uitkering. Het moet gaan om een uitkering, een som geld, al dan niet in herhaalde vorm. Het voorbeeld van het ouderdomspensioen dat bij de anticumulatiebepaling zou zijn gegeven, is slechts een voorbeeld en geen beoordelingsfactor (van doorslaggevend belang). Het is ook niet van belang dat de aanvullingsverplichting ziet op de volledige arbeidsongeschiktheid en dit niets te maken heeft met een transitievergoeding. Dit is namelijk geen vereiste. Het is vereist dat het gaat om een wettelijke of niet-wettelijke uitkering, en een transitievergoeding is aan te merken als een uitkering; op grond van de wet wordt een geldsom betaald.

De ratio van de anticumulatiebepaling is werknemer een bepaald bestaansminimum garanderen. Voor werkgever moet dit zo weinig mogelijk kosten opleveren. Alle extra uitkeringen mogen hierop in mindering worden gebracht, zo dus ook de transitievergoeding. De vordering van werknemer wordt afgewezen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over de transitievergoeding of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen