Schadevergoeding op grond van art. 7:611 BW na intrekking ontslag op staande voet

Werknemer was in dienst bij Hamilton Bright. Hamilton Bright is een bedrijf dat opereert in “field management” voor opdrachtgevers. Medewerkers van het bedrijf worden ingezet voor de promotie en verkoop van de producten van de opdrachtgever. Aan het begin van zijn dienstverband, is een leaseauto ter beschikking gesteld aan de Werknemer. De auto is bedoeld voor zakelijk gebruik en privégebruik (beperkt tot een maximaal aan kilometers).

Hamilton Bright heeft besloten om over te gaan op een ontslag op staande voet, omdat de werknemer zich schuldig zou hebben gemaakt aan verduistering, diefstal van brandstof en herhaaldelijk zonder toestemming meer brandstof tanken dan nodig en mogelijk (namelijk meerdere male vele liters per dag). Uit niets is gebleken dat de brandstof werd gebruikt voor zakelijke doeleinden. Herhaaldelijk zijn onjuiste kilometerstanden doorgegeven. Daarnaast is gebleken dat oneigenlijk gebruik is gemaakt van de zakelijke laptop. Werknemer heeft meermaals hard geweigerd om uitvoering te geven aan de reglementen en instructies. Werknemer heeft zich niet gedragen als een goed werknemer. Daardoor is het vertrouwen in hem geschaad.

Nadat de werknemer op staande voet was ontslagen, heeft hij een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, om het ontslag op staande voet te vernietigen en Hamilton Bright te veroordelen hem weer te werk te stellen en het salaris door te betalen. Subsidiair vordert de werknemer een billijke vergoeding van 25.000 euro. Hamilton Bright trok het ontslag op staande voet in, nadat de werknemer zich tot de kantonrechter heeft gewend.

De kantonrechter heeft in zijn beschikking aangegeven dat de werknemer geen belang meer had bij het beoordelen van het ontslag. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Hamilton Bright, serieuze, onderbouwde, verdenkingen had tegen de werknemer. Werknemer zou volgens de kantonrechter onvoldoende hebben aangetoond dat de gedragingen zich niet hebben voorgedaan. Ook zou de werknemer onvoldoende hebben aangetoond dat er schade zou zijn ontstaan. De vorderingen van Werknemer werden afgewezen. De werknemer is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en besluit in hoger beroep te gaan. In hoger beroep vordert de werknemer dat het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de vorderingen alsnog worden toegewezen.

Het hof oordeelde dat Hamilton Bright zich niet als goed werkgever heeft gedragen, nu geen dringende reden aanwezig is die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Daarom moet Hamilton Bright opdraaien voor de schade. Er is onvoldoende aangetoond dat sprake is van materiële schade. Wel staat vast dat er schade is door aantasting in eer en goede naam. Daarvoor moet een bedrag van 5.000 euro worden toegekend. Ieder der partijen moet de eigen proceskosten dragen.

Een werkgever dient zodoende niet zomaar tot ontslag op staande voet over te gaan. Het is aan te raden om zich hierover altijd goed te laten informeren. Het kan immers voorkomen dat een werknemer het ontslag op staande voet aanvecht en zich wendt tot de kantonrechter. Als de werkgever voorts terug wil komen op zijn eerdere beslissing, kan hij dus worden veroordeeld tot een schadevergoeding.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Ontslag op staande voet is ingrijpend voor uw werknemer. Er dient daarom terughoudend gebruik gemaakt te worden van die bevoegdheid. We informeren u graag over in welke gevallen het kan en begeleiden u zodra u toch van die bevoegdheid gebruik wil maken. Neem vrijblijvend contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen