Overmacht wegens epidemie geen dringende reden voor ontslag

Werknemer is op 12 februari dit jaar in dienst getreden bij zijn werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor één jaar. Werknemer zou werkzaam zijn als kok in een restaurant. Op 22 april 2020 heeft de werkgever de werknemer ontslagen. Daaraan wordt ten grondslag gelegd dat zij, door de maatregelen die de overheid heeft genomen met betrekking tot het corona-virus, genoodzaakt zijn de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De werkgever zou wel een NOW-uitkering ontvangen, maar daarbij is geen rekening gehouden met het salaris van de werknemer. De werkgever is niet in staat het salaris van werknemer te voldoen.

Verzoek

Werknemer verzoekt om een billijke vergoeding, transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer voert aan dat er geen geldige reden is voor het ontslag op staande voet.

Oordeel kantonrechter

Ontslag kan worden gegeven indien hier een dringende reden voor is, zoals in de wet is bedoeld. Overmacht als gevolg van de corona-epidemie valt niet aan te merken als een dringende reden. De werkgever had in dit geval een ontslagvergunning moeten aanvragen of moeten proberen of een beëindiging met wederzijds goedvinden kon worden overeengekomen. Het ontslag is gegeven in strijd met de wettelijke regels. Het ontslag is derhalve vernietigbaar. De werknemer komt niet op tegen het ontslag, waardoor het ontslag in stand blijft.

Er is sprake van een onregelmatig ontslag. De vordering die ziet op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegewezen. Bij regelmatige opzegging zou een termijn van 2 maanden hebben gegolden. Er wordt een bedrag van 5.673,09 euro bruto toegekend. Ook is de transitievergoeding toewijsbaar. Het gaat om een bedrag van 290,78 euro bruto. Ook toekenning van een billijke vergoeding is toewijsbaar indien de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Gezien de omstandigheden omtrent corona wordt de vergoeding naar redelijkheid gesteld op nihil.

Samenvattend

Overmacht in de zin van een gedwongen sluiting wegens een corona-epidemie is niet te kwalificeren als een dringende reden. De billijke vergoeding wordt op nihil gesteld. Wel heeft de werknemer recht op loon over de opzegtermijn en recht op een transitievergoeding. De kantonrechter heeft tot deze conclusie kunnen komen door in zijn beoordeling te betrekken dat de werkgever zich in penibele financiële omstandigheden bevond, sprake was van een kort dienstverband en de werknemer aanspraak heeft op een WW-uitkering.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Ontslag op staande voet is ingrijpend voor uw werknemer. Er dient daarom terughoudend gebruik gemaakt te worden van die bevoegdheid. We informeren u graag over in welke gevallen het kan en begeleiden u zodra u toch van die bevoegdheid gebruik wil maken. Neem vrijblijvend contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen