Ontslag op staande voet omdat werknemer tijdens werktijd vertrekt wegens geboorte kind

Werkgever had eerder toestemming verleend aan werknemer om van 1 mei tot en met 5 mei met vaderschapsverlof te gaan. De bevalling vond niet plaats op die datum. Daarom heeft werknemer contact gezocht met werkgever. Het was erg druk op het werk, waardoor werknemer toch op het werk is verschenen.

Werknemer heeft enorme zenuwen over het aanstaande vaderschap. De geboorte gaat niet helemaal zoals gepland. Naar verwachting wordt het kind geboren als werknemer aan het werk is. Werknemer heeft aan zijn manager later weten dat hij een korte en onrustige nacht heeft gehad. Hierdoor voelt hij zich niet lekker. Zij spreken af dat werknemer naar huis mag gaan als het niet langer houdbaar is. Hij is de zenuwen niet langer de baas en vertrekt onder werktijd naar huis. Werkgever is het niet eens met het besluit van werknemer om tijdens werktijd te vertrekken. Daarom heeft de werkgever besloten om de werknemer op staande voet te ontslaan. Dit hoort werknemer als hij de andere dag werkgever belt om vervanging te regelen voor zijn dienst. Werknemer is het niet eens met deze beslissing van de werkgever.

Werknemer stelt dat hij zowel bij de restaurantmanager als bij de floormanager heeft aangegeven dat hij zich niet lekker voelde. De restaurantmanager stelt dat er niets is afgesproken en dat door het vertrek van werknemer een onderbezetting plaatsvond. Werknemer zou zich niet hebben ziekgemeld, maar zou hebben gezegd dat hij geen zin had om te werken en bij zijn vriendin wilde zijn.

Werkgever stelt dat bij de afweging ook andere incidenten moeten worden meegenomen. Werknemer zou zich meermaals hebben verslapen, veelvoudig ziekmeldingen hebben ingediend met vage klachten of is geheel niet op het werk verschenen.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter stelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Er wordt een billijke vergoeding aan de werknemer toegekend van 1.000 euro, een wettelijke transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging ten hoogte van 1.000 euro. Zowel werkgever als werknemer kan zich niet vinden in de uitspraak van de rechter. De werkgever stelt dat het ontslag wel rechtsgeldig was en de werknemer stelt dat de billijke vergoeding te laag is.

Hoger beroep

Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld. Echter, zij vangen bot. Het hof is van oordeel dat werkgever had moeten begrijpen dat werknemer zich niet in staat voelde om te komen werken. Omdat hij niet goed functioneerde, werd hij al op een andere taak gezet. Mede hierdoor had voor werkgever duidelijk moeten zijn dat werknemer niet in staat was om de normale werkzaamheden te verrichten. Werkgever wist dat werknemer zijn eerste kindje geboren zou worden. Werkgever had niet mogen overgaan op het ontslag op staand voet. Ook is de werknemer niet gehoord over het voorval. Voorgaande officiële waarschuwingen zijn lange tijd voor het ontslag op staande voet gegeven, namelijk jaren eerder. Het slecht functioneren van werknemer is begin 2019 geconstateerd, maar is niet aan het ontslag ten grondslag gelegd. Het ontslag op staande voet is dus onterecht gegeven. Daarom is een billijke vergoeding verschuldigd. Het hof is het eens met de kantonrechter betreffende de hoogte van die billijke vergoeding.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over ontslag op staande voet of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen