Schadevergoeding op grond van art. 7:611 BW na intrekking ontslag op staande voet

Een werkneemster van 27 jaar is sinds november 2019 in dienst getreden bij de werkgever. In haar contract voor bepaalde tijd is besloten dat de werkneemster gebruik mag maken van de personeelskorting.

In februari 2020 doet zich een voorval voor. Volgens de werkgever heeft de werkneemster in strijd met de regels een familielid de personeelskorting gegeven. Dit kwam aan het licht toen een algemeen onderzoek werd gestart naar kasverschillen. De werkgever heeft de werkneemster hierop aangesproken en vervolgens werkneemster geschorst. In een gesprek wat later plaatsvindt, heeft de werkneemster aangegeven dat zij niet bekend was met de regeling. Zij zou de korting niet hebben toegepast als zij had geweten dat dit verboden was.

Precies een maand na het voorval heeft de werkgever besloten de werkneemster op staande voet te ontslaan. De reden is dat werkneemster de korting aan een derde heeft gegeven, wat niet was toegestaan. De werkgever heeft de werkneemster laten registreren in het Waarschuwingsregister Detailhandel.

Verzoek en verweer

De werkneemster wil dat het ontslag wordt vernietigd. Ook vordert de werkneemster dat de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van (achterstallig) loon en wettelijke verhoging. De werkneemster heeft aangevoerd dat niet kan worden gesproken over een dringende reden. Daaraan legt zij ten grondslag dat haar vader met haar samenwoont en ze niet bekend was met de regeling omtrent de korting. Er was die dag geen leidinggevende aanwezig. De werkneemster heeft toen aan een ervaren collega toestemming gevraagd. Daarnaast betrof de korting een zeer gering bedrag.

De werkgever stelt zich op het punt dat uit de regeling duidelijk blijkt dat korting niet is bedoeld voor niet-medewerkers. Dat sprake is van een eventuele gezamenlijke huishouding doet daar niets aan af. Ook is het niet aannemelijk dat de vader zijn aankopen privé zou gebruiken. Vader is namelijk taxichauffeur en de aankoop bestond uit motorolie, ruitensproeier en koelvloeistof. De werkneemster had de producten zelf moeten aanschaffen, dan had zij rechtmatig gebruik kunnen maken van de korting. Ook voert de werkgever aan dat de werkneemster wel op de hoogte was van de regeling. De werkgever heeft een zero-tolerance-beleid. Dat aan een ervaren collega vervangende toestemming is gevraagd, doet daar niets aan af.

Beoordeling

De kantonrechter is van mening dat de kortingsregeling zelf duidelijk is. Misbruik van de regeling zou een ontslag op staande voet eventueel kunnen rechtvaardigen. Het staat ook vast dat werkneemster de regels niet goed heeft toegepast. De werkneemster heeft toestemming gevraagd. Aangezien de ervaren collega-werkneemster toestemming had gegeven en de kortingspas had gescand, mocht de werkneemster er op vertrouwen dat zij correct handelde. De werkneemster wilde geen fraude plegen en was zich ook niet bewust van de regels die werden geschonden. Niet is duidelijk waarom de ene werkneemster wel en de andere niet werd ontslagen. Beiden hadden immers de regels niet juist toegepast. De werkgeer had met de werkneemsters een gesprek moeten voeren in plaats van een ontslag op staande voet in te roepen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit artikel, kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met een gespecialiseerde arbeidsrecht advocaat van Silver Advocaten B.V. te Waalwijk.

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen