Handelswijze een redelijke grond voor ontslag op staande voet

Werknemer is sinds 1990 werkzaam bij de Belastingdienst op de afdeling Planning, Financiën en Controle (PFC). Op 8 februari 1990 werd in de avond een ‘startconferentie’ gehouden. Er werd het spel levend Stratego gespeeld op een onverlicht terrein. Werknemer is met zijn voet in een konijnenhol gekomen, waardoor enkelletsel is ontstaan. Werknemer heeft een toenemende hinder en pijn van het letsel en heeft zich op 20 mei 1997 ziekgemeld. Op 19 mei 1998 heeft de werknemer een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid ontvangen. De arbeidsongeschiktheid loopt steeds verder op. Op enig moment heeft werkgever aan werknemer ontslag verleend.

De Staatssecretaris van Financiën heeft laten weten het ongeval aan te merken als dienstongeval. Daarbij is een verzoek gedaan aan werknemer om een standpunt in te nemen ten aanzien van de vergoeding van enige schadecomponenten. De Staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat werknemer aanspraak kan maken op een tegemoetkoming op grond van artikel 43 (thans artikel 47) van het ARAR. Daarbij is vermeld dat de immateriële schade zal worden geweigerd.

Rechtbank

Namens werknemer heeft de rechtbank het besluit van de Staatssecretaris van Financiën vernietigd en bepaald dat een nieuw besluit moet worden genomen.

De Raad

De Staatssecretaris van Financiën weigert de geleden schade te vergoeden die is ontstaan door het ongeval. De Staatssecretaris van Financiën heeft aangevoerd dat ondanks dat het gaat om een dienstongeval, dit niet betekent dat alle schade moet worden vergoed. Ook zou geen sprake zijn van onrechtmatig handelen door de Belastingdienst. Er wordt een beroep gedaan op verjaring, nu een termijn van 5 jaar zou zijn verstreken. Het beroep op verjaring wordt later op de zitting weer ingetrokken. Werknemer stelt dat de oefening in zeer slechte omstandigheden is georganiseerd en dat eraan moest worden deelgenomen.

In het kader van artikel 7:658 BW heeft de werknemer recht op vergoeding van de schade die hij lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij zijn verplichtingen is nagekomen met betrekking tot het geven van aanwijzingen en treffen van maatregelen.

De Raad oordeelt dat onder de uitoefening van zijn werkzaamheden ook moet worden verstaan de activiteiten in het kader van een ‘’startconferentie’’, waaraan werknemer gehouden was deel te nemen. Het is niet gebleken dat het ongeval is ontstaan door schuld of onvoorzichtigheid van werknemer. Het ongeval is tijdens de oefening overkomen en dient te worden aangemerkt als dienstongeval.

Werkgever heeft onvoldoende aangetoond dat is voldaan aan de verplichting om schade te voorkomen. Het organiseren van een spel op een onverlicht terrein is een voorzienbaar risico. Er zijn onvoldoende veiligheidsmaatregelen genomen om het risico te verlagen dan wel weg te nemen.

Kortom, een werkgever kan ook aansprakelijk worden gehouden op grond van artikel 7:658 BW voor cursussen of werk gerelateerde activiteiten.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over de werkgeversaansprakelijkheid of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen