Min-uren moeten onbetaald worden ingehaald

Werkneemster is sinds 2001 in dienst bij (de voorganger van) werkgever. Werkneemster is in 2016 arbeidsongeschikt geraakt. In 2018 heeft zij recht op een WIA-uitkering. Daardoor hoeft werkgever niet langer het loon door te betalen. Het dienstverband wordt in stand gehouden.

In 2018 heeft werkneemster tweemaal verzocht om een transitievergoeding. Volgens werknemer is er een einde gekomen aan het dienstverband nu zij een betaling van het UWV ontvangt. Werkgever heeft aangevoerd niet gehouden te zijn het dienstverband te beëindigen en hiertoe ook geen initiatief zal nemen.

Oordeel kantonrechter

De rechter ontbindt de overeenkomst per 1 februari 2019 op verzoek van werkneemster. Er wordt geen vergoeding toegekend (geen billijke vergoeding en geen schadevergoeding). Werkneemster heeft de mogelijkheid om haar verzoek in te trekken. In de procedure heeft werkneemster niet gevraagd om een transitievergoeding toe te kennen. Werkneemster trekt het verzoek niet in, maar gaat in hoger beroep.

Oordeel hof

Het hof verklaart het beroep van werkneemster niet-ontvankelijk. Werkneemster heeft verzuimd om binnen de gestelde periode een advocaat in te schakelen. Daardoor krijgt de beschikking van de kantonrechter het gezag van gewijsde.

Werkneemster besluit te verzoeken om een transitievergoeding en een billijke vergoeding (artikel 7:611 BW) wegens tekortschieten door de werkgever. De kantonrechter heeft werkneemster niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek afgewezen.

Het verzoek om transitievergoeding is te laat ingediend en het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard. Een beroep op de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ten aanzien van het onaanvaardbare vervaltermijn slaagt niet. Het gaat om een vervaltermijn dat van dwingend recht is. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een beroep op uitsluiting slagen. In dit geval is daar geen sprake van. In de ontbindingsprocedure is niet verzocht om transitievergoeding en ook tijdens de vervaltermijn is geen verzoek ingediend.

Ook indien werknemer wel tijdig had verzocht om een transitievergoeding zou zij deze niet hebben verkregen nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook kan niet worden gesteld dat werkgever in strijd met haar verplichtingen als goed werkgever heeft gehandeld. Daarom hoeft ook geen betaling plaats te vinden. Het hoger beroep wordt verworpen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over ontbinding van de arbeidsovereenkomst of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen