Een concept overeenkomst kan kwalificeren als een arbeidsovereenkomst

Werknemer is werkzaam op basis van een tijdelijk contract. Het contract wordt na de eerste zeven maanden verlengd. Het gaat financieel slecht met de organisatie en werkgever heeft werknemer laten weten dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd wegens financiële redenen.

Het is al enige tijd bekend dat werknemer de organisatie gaat verlaten. Aan het einde van de arbeidsovereenkomst stelt de werknemer recht te hebben om een maandsalaris. Werkgever heeft immers mondeling aangezegd en niet schriftelijk. Werknemer heeft aan collega’s laten weten dat haar dienstverband zal eindigen, maar dat zij zicht heeft op een nieuwe baan elders.

Kantonrechter

Bij de kantonrechter verzoekt werknemer dat werkgever de aanzegvergoeding op grond van artikel 7:668 lid 3 BW aan haar moet betalen. Volgens de kantonrechter is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om in dit geval te oordelen dat zij een aanzegvergoeding moet betalen. Uit communicatie tussen werknemer en collega’s blijkt immers dat de boodschap goed is aangekomen: de arbeidsovereenkomst wordt niet verlengd. Werknemer heeft aangegeven zicht te hebben op een andere baan. Omdat werknemer in het ongelijk is gesteld, oordeelt de kantonrechter dat zij de proceskosten moet betalen.

Hof

Werknemer is overtuigd van haar gelijk en legt de zaak voor aan het hof in hoger beroep. In artikel 7:668 lid 1 BW staat immers dat de aanzegging schriftelijk dient te worden gegeven. Ingevolge lid 3 is een vergoeding naar rato verschuldigd als werkgever in gebreke blijft of de aanzegging niet tijdig doet. In geval de werknemer in het ongewisse blijft, is een vergoeding verschuldigd van een maandloon. Indien de werkgever 5 dagen te laat is, gaat het om 5/30 deel van een maandloon.

De aanzegverplichting dient werknemer inzicht te geven in zijn of haar positie in de toekomst. In dit geval wist de werknemer waar zij aan toe was, nu de arbeidsovereenkomst zou eindigen. Hierover is ook met andere collega’s gecommuniceerd. De boodschap is dus goed overgekomen. Toch oordeelt het hof dat de aanzegging schriftelijk had moeten plaatsvinden. Een mondelinge mededeling volstaat dus niet. Werkgever stelt een brief te hebben verzonden, maar kan niet bewijzen dat deze brief door werknemer is ontvangen. De brief is immers niet aangetekend verstuurd. Omdat artikel 7:668 BW gekwalificeerd dient te worden als dwingend recht, is een afwijking van de eis van schriftelijkheid niet mogelijk. Werknemer had wel zicht op een andere baan, maar hierover bestond nog geen zekerheid.

Ondanks dat werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd wegens financiële redenen, doet dit niets af aan het feit dat aan de aanzegverplichting moet worden voldaan. De werkgever moet de aanzegvergoeding aan werknemer betalen. Ook moet werkgever de kosten voor de processen dragen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Silver Advocaten

Heeft u een vraag over het opzeggen van een arbeidsovereenkomst of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Wij laten niet los
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Stel ons uw vraag Laat ons u bellen